Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Ges / Japanse bezetting / Onverwachte komst van een Koreaanse delegatie

Onverwachte komst van een Koreaanse delegatie

Zuid Korea

De Koreaanse keizer liet het daar niet bij zitten, want terwijl de conferentie al begonnen was, arriveerde er eind juni toch een Koreaanse delegatie in Den Haag. Twee van de Koreaanse delegatieleden waren apart uit Korea vertrokken en waren, zo onopvallend mogelijk, per trein door Rusland gereisd. Een derde delegatielid werkte al in Sint-Petersburg op de Koreaanse ambassade. Vandaar reisden ze gezamenlijk, waarschijnlijk per trein naar Den Haag.

Hoewel de Nederlandse kranten met veel plezier vermeldden dat hun komst de andere delegaties totaal verraste, was er in werkelijkheid geen sprake van een verrassing. In buitenlandse kranten was het gerucht van hun komst al verspreid. Voor hun lange reis zullen de Koreanen buitenlandse hulp hebben gehad, bijvoorbeeld om af en toe weer wat geld op te kunnen nemen bij een of andere niet-Koreaanse bank.

foto_yi_jun_1

De drie Koreanen waren in hun land mensen van aanzien. Ongelukkigerwijs heetten ze alle drie Yi. Yi Uijong (rechts op de foto) was de jongste, maar hij was vanwege zijn buitenlandse ervaring de voornaamste woordvoerder. Zijn vader was ambassadeur geweest in Washington en Sint Petersburg en hij woonde nog steeds in Sint-Petersburg. Zoon Yi had nog een tijd in Frankrijk gewoond, maar in 1906 wordt hij in een almanak vermeld als secretaris van de Koreaanse delegatie in Sint-Petersburg. Hij werd ‘prins’ genoemd en was familie van de Koreaanse keizer. Volgens de Nederlandse kranten sprak hij meerdere talen en was hij “cultivé”, “un homme énergique, plein d´intense vitalité” en volgens een Nederlandstalige krant “een zeer sympathiek uitziend jongmensch, met gitzwart haar, gele kleur en veel van onze Javanen weg hebbend”. Yi Sang Sul (midden op de foto) was vice-minister-president geweest, totdat hij tijdens de Japanse machtsgreep op 17 november 1905 was afgezet. Hij had een tijd in de gevangenis gezeten en was tenslotte gevlucht. Hij verbleef als vluchteling een tijd in Noordoost-China en daar had hij een Koreaanse school opgericht. De derde man, Yi Jun, was rechter aan het hooggerechtshof geweest en was voorzitter van het Koreaanse Rode Kruis geworden. Hij was ook president van de Koreaanse Christelijke Jonge Mannen Vereniging en was dus christen. De uitspraak van de naam Yi Jun is overigens ´Ie djoen´.

In Den Haag bleek dat de drie Koreanen het niet breed hadden. Ze verbleven niet in een van de sjieke hotels waar de officiële deelnemers van de conferentie verbleven, maar in het eenvoudige hotel-café-restaurant De Jong aan de Wagenstraat 124, waar nu het Yi Jun Peace Museum is gevestigd. Minister van buitenlandse zaken, De Beaufort, noteerde in zijn dagboek dat hij vlak na hun aankomst een briefje had gekregen met het verzoek om een onderhoud. Hij zocht hen persoonlijk op in het ‘koffijhuis met logement van de 4de rang’ waar een ‘jongedame met niet al te puriteinse allures’ zijn kaartje in ontvangst nam. In het gesprek kreeg De Beaufort de indruk dat ze daadwerkelijk vertegenwoordigers van de Koreaanse keizer waren. Hij had voor zijn bezoek overlegd met de Russische voorzitter van de conferentie en die had hem gezegd dat Rusland niets voor Korea kon doen. De Beaufort schreef in zijn dagboek dat hij de Koreanen vertelde dat er nu eenmaal landen waren die door andere bezet werden. Hij noemde Beieren en Pruisen als voorbeeld. Volgens het dagboek reageerden de Koreanen beleefd op zijn slechte boodschap.

foto_yi_jun_2

De Koreanen lieten zich niet afschrikken, want op 29 juni ‘s ochtends meldden ze zich onder leiding van Yi Uijong (de jongste) bij het secretariaat van de vredesconferentie. Dat was gevestigd op het plein in het op dat moment leegstaande voormalige Logement van Amsterdam. Daar werden ze echter niet binnengelaten. De president van de Vredesconferentie, de Rus De Nélidoff zal als bondgenoot zijn best wel hebben gedaan, maar officieel kon hij niets doen. Hij liet hen weten dat hij alleen delegaties kon ontvangen met een officiële introductiebrief van de Nederlandse regering.

foto_yi_jun_3

Maar de Koreanen hadden dit blijkbaar wel verwacht, want van tevoren hadden ze een manifest opgesteld. Het was keurig getypt, op een schrijfmachine, in het Frans, de diplomatentaal van die tijd. In pen was bovenaan de datum van 27 juni ingevuld, waarschijnlijk de dag dat ze het stuk openbaar maakten. De Courrier de la Conference de la Paix, de krant die in de Franse taal dagelijks de conferentie versloeg, besteedde er op 30 juni 1907 uitgebreid aandacht aan. De redactie van deze krant had duidelijk sympathie voor de Koreaanse zaak en liet Yi Sang Sul (de middelste op de foto) uitgebreid aan het woord. Yi hoopte op de onpartijdigheid van de afgevaardigden bij de conferentie en een erkenning dat het Japanse optreden in Korea een schending van internationale conventies is. De Courier zou de komende weken meer pagina’s aan de Koreanen wijden. Bovendien organiseerde de hoofdredacteur, William Stead, lezingen in de Cercle International, waar zij hun verhaal konden doen. Deze sociëteit was net als de krant gevestigd aan de Prinsessegracht 6a.

Hoewel een aantal conferentieleden persoonlijk wel sympathiek tegenover de Koreaanse wensen stond, maakte het manifest geen officiële reacties los. De Courier publiceerde enkele dagen later, op 5 juli 1907, een interview met Yi Uijong (de jongste) in hun hotel in de Wagenstraat. Hoofdredacteur William Stead vroeg Yi eerst waarom hij met zijn onaangename aanwezigheid de rust van de conferentie kwam verstoren. Yi antwoordde dat hij niet meer wil dan gerechtigheid: ‘Ik kom van een ver gelegen land en hoop hier gerechtigheid te vinden’. Hij zag de conferentie als de hoogste autoriteit van de wereld, een soort Verenigde Naties. Yi verklaarde verder dat de uitsluiting van Korea onterecht was, omdat het Protectoraats-verdrag van 17 november 1905 ongeldig was. Dat verdrag was weliswaar ondertekend door een minister, maar die deed dit zonder toestemming van de hoogste autoriteit van Korea, de keizer.

Hoewel de Koreanen geen voet aan de grond kregen, ontstond er toch een publiciteitsstrijd met de Japanners. De Japanners verklaarden dat de Koreanen hun keizer niet vertegenwoordigden, maar deze actie op eigen houtje hadden opgezet. Hierop schreven de Koreanen in een ‘Officieel Communiqué’ dat hun geloofsbrieven wel degelijk echt waren. Alleen kon de keizer dit, onder de Japanse bezetting, nu niet meer openlijk verklaren. Dat ze inderdaad door de keizer werden gestuurd, is door de recente ontdekking van een officieel keizerlijk document bevestigd.

Op 9 juli deden de Koreanen een laatste poging om in ieder geval de publieke opinie voor zich te winnen. Die avond gaf Yi Uijong (de middelste) voor een ‘talrijk gehoor, waaronder vele bekende persoonlijkheden’ een lezing in de Cercle International. Dat was een sociëteit van de Stichting voor het Internationalisme aan de Prinsessesgracht 6a. Ook nu liet inleider William Stead duidelijk zijn sympathie voor de Koreanen merken. Hij stelde ze voor ‘als jongelieden, die voor hun land hadden geleden en hun land liefhebben’. Vervolgens gaf hij het woord aan Yi (de middelste), die volgens de kranten zijn rede hield: ‘vloeiend, maar met een wat vreemd accent, in het Fransch en is bij sommige passages zeer hartstochtelijk’. Zijn ongetwijfeld idealistische gehoor was verdeeld over wat zij daaraan konden doen. De bekende Pieter Brooshooft, redacteur van de Locomotief, kreeg weinig bijval toen hij een verklaring wilde opstellen waarin het Japanse geweld in Korea werd veroordeeld. Anderen wilden Japan niet veroordelen omdat ook allerlei Westerse landen koloniale onderdrukkers waren. De bekende vredesactiviste Bertha von Suttner vond dat alle sterke landen zich zouden moeten ontwapenen, niet alleen Japan. Men vond zich tenslotte in een verklaring waarin men hoopte dat de zaak Korea zou worden voorgelegd aan een internationaal tribunaal in Den Haag. Iedereen wist natuurlijk wel dat deze wens nooit in vervulling zou gaan. De kans dat Japan hieraan zou meewerken was net zo groot als dat Nederland zijn Indische kolonies zou hebben opgegeven.

De Japanse reactie op het optreden van de Koreanen liet niet lang op zich wachten. Ze konden de Koreanen in Den Haag niet het zwijgen opleggen, maar dat konden ze in Korea wel. De dagen die volgen heeft de Haagsche Courant elke dag een bericht over het mogelijke gedwongen aftreden van de Koreaanse keizer. Op 19/20 juli trad keizer Kojong tenslotte af en werd hij opgevolgd door zijn zoon. Het eerste edict van de nieuwe keizer beval de bestraffing van de drie Koreanen in Den Haag.