Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Ges / De Koreaanse oorlog / Ten zuiden van de Naktong

Ten zuiden van de Naktong

Zuid Korea

Amerikaanse F-51 jagersDe grondtroepen, beschikbaar voor generaal MacArthur, bestonden uit de 1e Cavalerie Divisie en de 7e, 24e, en 25e Infanterie Divisies en het 29e regiment op Okinawa in Japan. Dit alles onder de vlag van het 8e Amerikaanse leger in Japan. Terwijl MacArthur in 1949 het 8e Leger had ontheven van de meeste bezettingstaken, teneinde zich te concentreren op een verbetering van het opleidingsniveau, hadden de naoorlogse ontwikkelingen zijn eenheden onvoldoende voorbereid voor de strijd. Mobiliteit en vuurkracht van de divisies werden sterk verminderd door een tekort aan logistieke en gepantserde eenheden Daarnaast waren de wapens en uitrustin
g niet meer courant en versleten. Sommige wapens en munitie, medium-tanks en antitank-munitie in het bijzonder, waren nauwelijks beschikbaar in het Verre Oosten. MacArthur’s luchtmacht, de Verre Oosten Luchtmacht, werd voornamelijk georganiseerd voor luchtverdediging; een groot deel van zijn kracht bestond uit korte afstand straaljagers die moesten vliegen vanuit bases in Japan. Propeller aangedreven F-51s, opgeslagen in Japan en meer van deze Tweede Wereldoorlog vliegtuigen, werden met spoed vanuit de Verenigde Staten aangevuld en zouden van belang zijn bij het voldoen van ondersteuning aan grondtroepen tijdens de eerste maanden van het conflict. Marine strijdkrachten uit het Verre Oosten, MacArthur’s zeemacht, bestond slechts uit vijf gevechtsschepen en een kleine amfibische macht, hoewel er versterking was in de buurt in de vorm van de Amerikaanse Zevende Vloot.

Toen generaal MacArthur toestemming kreeg om grondeenheden in te zetten, waren de belangrijkste Noord-Koreaanse eenheden al de Hanrivier overgestoken. Door de op 3 juli uitgevoerde westwaartse vijandelijke aanval werd een belangrijk vliegveld bij Kimpo en de westelijke zeehaven van Inchon veroverd. Noord-Koreaanse troepen verplaatsten hun aanvallen in zuidelijke richting naar de stad Suwon, veertig kilometer onder de hoofdstad Seoel.
Tijdens de maand juli reageerden generaal MacArthur en generaal Walker, commandant van het Achtste Leger, door Amerikaanse en ROK eenheden beetje bij beetje ruimte voor tijd te ruilen om de snelheid van de Noord-Koreaanse opmars te vertragen. Tegelijkertijd was het lastig om verse eenheden aan te voeren vanuit Japan. Waar een vertragende actie zinvol was, werd dat gedaan, want er waren weinig goede wegen en het terrein was bergachtig genoeg. De beste aanvalsas van de Noord-Koreaanse aanvallen loopt van onder Seoel, die draait op een zachte diagonale lijn Suwon, Osan, Taejon, en Taegu naar de haven van Pusan in het zuidoosten. Welke eenheid gebruikt moest worden, was ook duidelijk: de 24e infanterie divisie. Deze was gelegerd dichtbij de havens in het zuiden van Japan. Op 1 juli beval generaal Walker generaal William F. Dean, commandant van de 24einfanterie divisie, om onmiddellijk door de lucht naar Korea te komen, versterkt met zware mortieren en terugstootloze geweren. De rest van zijn divisie zou zo snel als mogelijk volgen met elke beschikbare lucht- en zeetransport mogelijkheid. De twee versterkte compagnieën, aangevuld met een veldartillerie-batterij, namen met spoed hun posities in aan de hoofdweg in de buurt van Osan, zestien kilometer onder Suwon, in de vroege ochtend van 5 juli. Sommige Amerikanen geloofden dat de komst van deze 540-man Task Force SMITH de veel sterkere tegenstander zou kunnen afstoppen.

Rond 08:00u, op een regenachtige 5e juli, viel een Noord-Koreaanse divisie, gesteund door tanks, de Amerikanen aan. Task Force SMITH had geen anti-tankmijnen, het vuur van haar terugstootloze geweren en 36-inch raketwerpers waren er niet in geslaagd door de pantsering van T-34 tanks te dringen. De artilleriebatterij vuurde snel haar enige zes anti-tankgranaten af. De Noord-Koreaanse tanks lieten zich niet stoppen en bleven de infanterieaanval ondersteunen. De taskforce wist nog wel talloze slachtoffers te maken bij de Noord-Koreaanse infanterie, maar het was te klein om een Noord-Koreaanse dubbele omsingeling te voorkomen. Nadat kolonel Smith opdracht gaf om terug te trekken, brak de discipline en de taskforce trok zich wanordelijk terug met meer dan 180 slachtoffers en het verlies van alle apparatuur en veel kleine wapens. Een ander slachtoffer was het Amerikaanse moreel, want toen het woord van de nederlaag van de 24ste Infanterie Divisie andere eenheden bereikte, werd het verplaatsen uitgesteld om in de posities te komen onder Osan. Verdere drie acties van de 24ste Infanteriedivisie hadden vergelijkbare resultaten. Dat kwam voornamelijk door de gecombineerde Noord-Koreaanse tank- en infanterieaanvallen tegen de voorkant van de Amerikaanse posities. Gevolgd door dubbele omsingelingen, die resulteerden vaak in wanordelijke terugtrekking van Amerikaanse eenheden, waarbij verlies van zware wapens en uitrusting het lastig maakten om een volgende vertragende positie te verdedigen. De zware verliezen en het relatieve gemak waarmee het Noord-Koreaanse leger de Amerikaanse posities doorbrak, samen met de fysieke belasting van vertragingsoperaties in de Koreaanse zomer en de slechte performance van een aantal commandanten, ondermijnde stevig de Amerikaanse moraal. Op 15 juli was de 24ste infanteriedivisie gedwongen zich zevenennegentig kilometer terug te trekken naar Taejon, waar ze positie namen langs de Kum rivier boven de stad. Zuid-Koreaanse eenheden, sommige flink gedecimeerd, kwamen hier op de beide flanken van de Amerikaanse 24ste divisie.

Klik op hier voor een film over de oorlog tussen Zuid en Noord-Korea.

Drieënvijftig leden van de VN gaven aan steun te verlenen aan de actie van de Veiligheidsraad op 27 juni. Negenentwintig van deze leden boden specifieke steun aan. Het ging hier om grondtroepen, luchteenheden en marine-eenheden om Zuid-Korea te steunen. De Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, Turkije, Griekenland, Frankrijk, België, Luxemburg, Nederland, Thailand, de Filippijnen, Colombia en Ethiopië zouden zich committeren voor het sturen van grondstrijdkrachten. India, Zweden, Noorwegen, Denemarken en Italië zouden medische eenheden leveren. Luchtstrijdkrachten zouden aankomen uit de Verenigde Staten, Australië, en de Unie van Zuid-Afrika; zeestrijdkrachten zouden komen uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië, Canada en Nieuw-Zeeland.

De Nederlandse bijdrage was bescheiden in vergelijking met bijvoorbeeld Amerika. In eerste instantie was Nederland niet heel enthousiast over deelname aan een oorlog zover weg. De regering was ook bang voor een wereldconflict en de verhoogde defensieuitgaven drukten op de Nederlandse begroting die herstellende was van de Tweede Wereldoorlog. Echter, na stevige politieke druk van de Amerikanen, besloot de Nederlandse regering toch om troepen te sturen. Er werden zes marineschepen gestuurd. Er hebben 3417 Nederlandse soldaten in Korea gediend. Deze soldaten hebben als bataljon gevochten en waren ingedeeld bij het 38e regiment van de 2e Amerikaanse infanteriedivisie. Omdat veel van de Nederlandse soldaten bij het Koninklijke Nederlands Indische Leger hadden gevochten, waren ze goed getraind in het voeren van guerrilla-gevechten. Deze soldaten, oorspronkelijk van het Nederlandse regiment Van Heutz, wisten hun ervaringen goed te gebruiken in Korea. Vanaf 1951 hebben de Nederlandse soldaten aan alle gevechten van de 2e Amerikaanse infanterie divisie meegedaan. Tot grote tevredenheid van de Amerikanen die toestonden dat het regiment Van Heutz voortaan het ‘indianenhoofd’ embleem van de 2e infanterie divisie mochten dragen als blijk van waardering. Toch betaalden de Nederlanders ook een flinke prijs namelijk; 120 man zijn gesneuveld, waaronder de kolonel Den Ouden, en 3 vermisten en 381 gewonden.

De brede reactie op de oproep van de Veiligheidsraad gaf de noodzaak aan van een verenigd commando. Erkenning van de Verenigde Staten als de belangrijkste aandeelhouder leidde er toe dat de Veiligheidsraad op 7 juli een opdracht gaf om alle krachten te integreren en dat er één commandant moest worden benoemd. Het gemeenschappelijke commando werd aangeduid als het Verenigde Naties Commando (VN) onder het bevel van generaal MacArthur. Hij integreerde dit commando in zijn reeds bestaande commando voor het Verre Oosten. Dit deed hij ook met de lucht- en zeestrijdkrachten. Alle grondstrijdkrachten werden toegevoegd aan het Achtste leger onder generaal Walker. Deze had zijn hoofdkwartier in Taegu en nam op 15 juli het bevel over alle grondeenheden op het Koreaanse schiereiland. Inclusief alle nieuw arriverende eenheden en, op verzoek van de Zuid-Koreaanse president Rhee, ook alle Zuid-Koreaanse (ROK)-eenheden.

Tussen 14 en 18 juli stuurde MacArthur de 25e Infanterie divisie en de 1e Cavalerie divisie naar Korea, nadat deze eenheden de 7e infanterie divisie hadden gekannibaliseerd om zichzelf te versterken.Toen de slag om Taejon gestart was, waren deze troepen aan het front. Nieuwe 3.5 inch raketten werden met spoed vanuit de Verenigde Staten ingevlogen en deze bleken effectief tegen T34 tanks. Maar de gevechtsmoede troepen van de 24edivisie konden de Noord-Koreanen niet tegenhouden. Het duurde niet lang of twee Noord-Koreaanse divisies hadden een bruggenhoofd over de Kumrivier en omsingelden de stad. De 24e divisie trok zich terug uit Taejon en werd vervangen door de 1e cavalerie divisie. In de achttien dagen, waarin de 24e divisie actief was, hebben ze de plannen van het Noord-Koreaanse leger verstoord, maar wel tegen de prijs van 30% van haar manschappen en vrijwel al haar uitrusting.

Nadat de Noord-Koreanen Taejon hadden ingenomen, verdeelden ze hun aanvalsmacht. Eén divisie ging zuidwaarts langs de kust en draaide naar het oosten. Het andere deel van de Noord-Koreaanse aanvalsmacht ging vanuit Taejon in zuidoostelijke richting naar Taegu. Verdere opmars in zuidelijke richting door secundaire eenheden in de centrale en oostelijke sectoren volgde het ritme van de hoofdaanval. Duidelijk was dat alle aanvalsrichtingen naar de havenstad Pusan wezen.

De Noord-Koreaanse aanvoerlijnen werden steeds langer door de opmars en bleken in toenemende mate onbetrouwbaarder te worden door de zware VN-luchtaanvallen. De VN-luchtmacht verwierf al snel luchtsuperioriteit en de VN-oorlogsschepen wisten hun Noord-Koreaanse tegenhangers weg te vagen. Vervolgens werd door deze marine-eenheden een strakke blokkade gelegd rond de Noord-Koreaanse kust. Ondanks deze successen en de aankomst van twee bataljons van het 29e regiment vanuit Okinawa moesten de VN-grondtroepen gestaag wijken onder de Noord-Koreaanse druk. De Amerikaanse verliezen zaten nu op 6000 man en de Zuid-Koreanen hadden al 70.000 man verloren.

Aan het einde van juli was het duidelijk voor generaal Walker dat het niet meer mogelijk was om ruimte voor tijd te ruilen. Hij gaf de order om een verdedigingslinie in te richten die 200 kilometer lang was en liep van de Straat van Korea naar de Japanse zee en ten noorden van Pusan. Zijn drie onderbemande divisies bezetten het westelijke deel van de boog, aan de rivier de Naktong. En de Zuid-Koreaanse troepen, ondersteund door Amerikaanse adviseurs, hadden zich gereorganiseerd in vijf divisies, verdedigden het noordelijke deel van de boog. Al met al weinig troepen om de relatief lange linie (Pusan Perimeter) te verdedigen. Maar de vervangingen en aanvullingen stroomden nu Korea binnen en gaandeweg werd het probleem van het tekort aan manschappen verholpen. De aanvoer- en communicatielijnen waren nu veel korter, en dichterbij Japan, en dat maakte dat generaal Walker makkelijker troepen en voorraden kon aanvoeren en zijn eenheden aanzienlijk kon versterken.

De sterke gemotoriseerde aanvalseenheden van Noord-Korea volgden de weinige goede wegen naar het zuiden vanaf de 38ste breedtegraad. De vertragingsacties van de ROK en Amerikaanse eenheden, in juli, hadden resultaat en hierdoor werden de aanvallers langer opgehouden dan goed voor ze was. Ze hadden Kim Il Sung beroofd van een verwachte snelle overwinning. Deze acties hadden het Noord-Koreaanse leger 58.000 getrainde manschappen gekost en vele tanks. Door brigades te vergroten naar divisiestatus en het ronselen van grote hoeveelheden rekruten (velen uit veroverde regio’s van Zuid-Korea) probeerde het Noord-Koreaanse leger in anderhalve maand dertien infanteriedivisies en één pantserdivisie op de been te brengen. Deze moesten ingezet gaan worden tegen de Pusan Perimeter van generaal Walker. Maar helaas konden deze aanvullingen de verliezen, op weg naar de Naktongrivier, niet compenseren. Met name de zware luchtaanvallen reduceerden de gevechtskracht van de Noord Koreaanse eenheden voordat ze ingezet konden worden tegen de Pusan Perimeter waar de VN-troepen zich verschanst hadden. De verdediging van het Achtste Leger hing erop om de nog spaarzame reserve-eenheden heen en weer te bewegen om gaten te dichten, posities te versterken en tegenaanvallen uit te voeren daar waar ze hrt meest nodig waren. De Noord-Koreanen probeerden op meerdere punten door te breken en zochten de plaats voor een beslissende doorbraak. Generaal Walker maakte effectief gebruik van zijn inlichtingen die oa. bestonden uit onderscheppingen van het Noord-Koreaanse berichtenverkeer. Hierdoor kon hij voorkomen dat er serieuze vijandelijke doorbraken konden plaatsvinden en wist hij tegelijkertijd de Noord-Koreaanse eenheden flinke verliezen toe te brengen.

Zijn eigen strijdkrachten ondertussen werden steeds sterker. Ongeveer midden september had hij meer dan vijfhonderd tanks. Steeds meer versterkingen arriveerden in Zuid-Korea. Aanvullende eenheden kwamen aan: 5e regiment van Hawaï, 2e infanterie divisie en de tijdelijke 1e Marine Brigade kwamen uit de Verenigde Staten, twee bataljons Britse infanterie vanuit Hong-Kong. De aanwezige divisies werden snel op sterkte gebracht met eenheden die, met spoed, waren samengesteld in de Verenigde Staten. Bommenwerper- en jagerssquadrons arriveerden om de VN luchtstrijdkrachten te versterken.

Dus het Noord-Koreaanse leger verloor slecht vervangbare manschappen en uitrusting terwijl het VN-leger snel zijn sterkte kon opvoeren.