Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Ges / De Koreaanse oorlog / Noordwaarts naar de Yalurivier

Noordwaarts naar de Yalurivier

Zuid Korea

In 1950 beschreef de Amerikaanse president Truman de inspanningen in Korea als een politionele actie. Een uitspraak die nogal wat kritiek en vermaak opleverde. Toch was de uitspraak niet helemaal onzinnig, want het beleid was erop gericht om met beperkte middelen de agressie van Noord-Korea te stoppen en er voor te zorgen dat het niet escaleerde in een nog grotere oorlog, waarbij de Sovjet-Unie of China actief gingen meedoen.

De Westerse inschattingen gingen er van uit dat Europa, met zijn hoogontwikkelde industriële middelen, hoger op de expansielijst van de communisten stond dan Azië. Daarvoor hield de NAVO (Noord Atlantische Verdrag Organisatie) ruimschoots troepen op de been in Europa ter afschrikking en verdediging. Deze troepen waren dus niet beschikbaar voor inzet in Korea.

President Truman en veel van zijn adviseurs geloofden dat Kim Il Sung een marionet van Stalin was. Zij verdachten Stalin er van dat hij de aanval op Zuid-Korea gebruikte om de Westerse verdediging op andere plaatsen te verzwakken. Om deze mogelijkheid te neutraliseren, en Europa gerust te stellen, had Truman in juli een groot uitbreidingsprogramma voor het Amerikaanse leger op poten gezet. Daarnaast ook een flinke uitbreiding van het nucleair arsenaal en hulp aan de bondgenoten in Europa. Om de NAVO te versterken werd een grote opbouw van Amerikaanse troepen in Europa beloofd en uiteindelijk uitgevoerd.

Met dit in het achterhoofd was het voor de hand liggend om de tegenaanval door generaal MacArthur te laten stoppen op de 38ste breedtegraad. En daar de oude grens weer in ere te herstellen. Dat zou ook in overeenstemming zijn met eerdere uitspraken van de Amerikaanse staatsecretaris Dean Acheson dat de Verenigde Naties ingrepen met als enige doel de status van de Republiek Korea te herstellen, zoals deze was voor de invasie van Noord-Korea.

Dit zou ook in overeenstemming zijn de Amerikaanse politiek van ‘containment’.

Er waren echter ook genoeg militaire redenen om de oorlog wel over de 38ste breedtegraad te laten te gaan. Onder andere: het nalaten om de 30.000 Noord-Koreaanse soldaten aan te pakken die ontsnapt waren aan de VN-troepen tijdens hun aanval. Omdat er een schatting was van nog eens 30.000 Noord-Koreaanse soldaten in trainingskampen maakte dat een aanzienlijke troepenmacht die nog ingezet kon worden. Door nu de achtervolging in Noord-Korea in te zetten, lag een complete militaire overwinning onder handbereik met als doel Korea te kunnen herenigen.

Tegen deze laatste optie, het binnentrekken van VN-troepen in Noord-Korea, was door communistisch China en de Sovjet-Unie krachtig gewaarschuwd. Dit werd door de VN en de Verenigde Staten gezien als een poging om verder optrekken te ontmoedigen en niet als gerichte dreiging om deel te nemen aan de oorlog in Korea. President Truman gaf dus het Amerikaanse opperbevel de opdracht om verder op te rukken in Noord-Korea.

Op 27 september gaf het Amerikaanse opperbevel generaal MacArthur instructies voor verdere operaties naar het noorden. Het gaf hem het mandaat om de 38ste breedtegraad te overschrijden en de Noord-Koreaanse eenheden te achtervolgen en te vernietigen. Als dit was volbracht dan was het de bedoeling om Noord-Korea te bezetten in afwachting van de acties van de Verenigde Naties om Korea te herenigen. Om serieuze escalatie te voorkomen, mocht generaal MacArthur niet verder Noord-Korea binnen trekken zodra grote Chinese of Sovjeteenheden Noord-Korea introkken, of minimaal aankondigden dit te gaan doen. Een verdere maatregel om escalatie te voorkomen was dat de VN-troepen niet verder mochten oprukken dan tot de Yalurivier, welke de grens vormde met China, en de Tumenrivier, welke de grens vormde met de Sovjet-Unie. Na tien dagen stemde de algemene vergadering van de VN hiermee in om de troepen tot deze grens te laten oprukken om de rust en vrede te herstellen in heel Korea.

Er waren twee goede opties voor een invasie in Noord-Korea. Generaal MacArthuroverwoog dat de beste kans lag in het achterhouden van het 10e korps om deze in te zetten voor een amfibische operatie op de Noord-Koreaanse oostkust bij de zeehaven Wonsan. Tegelijkertijd moest dan het 8e leger oprukken naar Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. De gedachten hierachter waren dat dan het 10e korps niet van dezelfde aanvoerlijnen gebruik hoefde te maken als het 8e leger. Het gaf ook de gelegenheid om duizenden Noord-Koreaanse troepen te omsingelen. Generaal MacArthur wilde deze operaties coördineren vanuit Japan.

Een andere factor was dat generaal MacArthur onder de indruk was van de prestaties van generaal Almond en het 10e korps. Generaal Walker, van het 8e leger, had niet een dergelijke goede relatie met generaal MacArthur, zoals generaal Almond die had. Generaal Walker vond namelijk dat de beste optie lag in het aaneengesloten houden van het 10ekorps bij het 8e leger, omdat het 10e korps al in positie was om een aanval te openen richting Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. Andere divisies konden aanvallen in oostelijke richting naar Wonsan en aansluiting zoeken met het ROK 1e- korps, die langs de oostkust oprukte. Dan kon het 8e leger in noordelijke richting bewegen naar de Yalurivier. Deze optie maakte het best gebruik van de logistieke VN-mogelijkheden en voorkwam dat er tijd verloren ging om eenheden te herpositioneren om het 10e korps vrij te maken voor een amfibische operatie. Echter, dit plan werd nooit formeel aan generaal MacArthurvoorgelegd, zodat op 2 oktober de VN verder ging met het plan van generaal MacArthur.

De Zuid-Koreaanse president Rhee, ongeduldig om zijn land te herenigen, had reeds het 1e ROK-korps opdracht gegeven om verder te gaan met de opmars langs de oostelijke kust. Zij trokken al op 1 oktober over de 38ste breedtegraad en veroverden Wonsan op de 10e. Het 2e ROK-korps opende in dezelfde tijd zijn aanval op centraal Noord-Korea. Op 7 oktober bewoog het 2e ROK-korps noordwaarts en trok op 19 oktober Pyongyang binnen. Nog eens vijf dagen later had het korps de Chongchonrivier bereikt, die slechts 70 kilometer van de Chinese grens ligt. Het 2e ROK-korps draaide naar noordwestelijke richting en kwam zo naast het 1e ROK-korps. In het oosten, voorbij de onbezette bergruggen van de Taebaekbergen, bewoog het 1e ROK-korps op 24 oktober noordelijk van Wonsan. Ze trokken de stad Iwon in en naderden het Changjinbekken. Ondertussen was het Amerikaanse 10e korps aan boord van de schepen gegaan in Pusan en Inchon. Hiermee verstoorden ze flink de logistiek naar het 8e leger. Uiteindelijk vertrokken ze naar Wonsan. Ondanks dat het ROK-leger de stad al veroverd had! Het 10e korps moest tot 26 oktober wachten totdat de marine de zeemijnen onschadelijk had gemaakt die de toegangswegen naar Wonsan blokkeerden.

Ondanks deze tegenslag waren de vooruitzichten van de VN-troepen, in deze laatste week van oktober, buitengewoon optimistisch. Het Noord-Koreaanse leger had opgehouden te bestaan als een effectief leger. Ondanks de waarschuwingen van China, dat ze zouden ingrijpen, meenden de militaire leiding van de VN dat een dergelijk ingrijpen niet zou werken omdat de VN-luchtmacht, veruit superieur, dit passend zou kunnen voorkomen. Na een ontmoeting met president Truman mocht generaal MacArthur doorgaan met zijn opmars, zolang de VN-troepen een meer dan redelijke kans op succes hadden.

In de hoop om de strijd te beëindigen voordat de winter zou beginnen, gaf generaal MacArthur zijn commandanten de opdracht om met alle beschikbare eenheden zo snel als mogelijk op te rukken naar de meest noordelijke grenzen van Noord-Korea. In het Westen rukte het 8e leger op richting de Yalurivier. Generaal Almond voegde het 1e ROK-korps toe aan zijn 10e korps en ging hiermee voorwaarts om Noordoost-Korea in te nemen. Het 1eROK-korps rukte verder op langs de kust en was op 21 november ongeveer 75 kilometer van de grens met de Sovjet-Unie. De 1e mariniersdivisie en de 7e infanteriedivisie rukten op door de bergen naar de Yalurivier en het Changjinbekken.

In de Verenigde Staten en Europa was er groot optimisme over een snelle overwinning, vooropgesteld dat er geen gekke onverwachte ontwikkelingen roet in het eten zouden gooien.

Helaas, onverwachte ontwikkelingen waren onderweg! In China had Mao Zedong besloten in te grijpen in de Koreaanse oorlog. Hiervoor had hij de Chinese Volks Vrijwilligers Strijdmacht opgericht. Deze eenheid bestond uit zeer ervaren soldaten die, onzichtbaar voor de VN verkenningsvliegtuigen, de Yalurivier waren overgestoken en zich inmiddels in Noord-Korea bevonden. In de frontsector van het Amerikaanse 8e leger werd op 25 oktober de eerste Chinese soldaat gevangen genomen. Kort daarop vielen de Chinezen het 8e leger aan en brachten deze zware verliezen toe. Met name de ROK-korpsen en een Amerikaans regiment van de 1eCavaleriedivisie, die de aftocht van de ROK-eenheden dekten.

Generaal Walker gaf het 1e en 2e ROK-korps de opdracht zich terug te trekken naar de Chongchonrivier om te hergroeperen. Tegelijkertijd kreeg het Amerikaanse 10e korps opdracht om op te rukken naar de Chongchonrivier. Toen eenmaal dat korps in positie was, had generaal Walker het idee om verder op te rukken, zoals dat door generaal MacArthur was bedacht. De Chinese strijdkrachten bleven de VN-troepen aanvallen tot 6 november, toen zij abrupt en onverwacht het contact verbroken. Aan het front bij het 10e korps stopten de Chinezen een eenheid van het ROK op een bergweg die naar het Changjinbekken leidde. Amerikaanse mariniers kwamen de Zuid-Koreanen te hulp en samen wisten ze de Chinezen terug te dringen tot op een paar kilometer van het bekken. Toen ook hier de Chinezen het contact verbroken.

In eerste instantie leek het er dus op dat er grote hoeveelheden Chinese soldaten, mogelijk vrijwilligers, de Noord-Koreanen kwamen versterken. Rond 24 november rezen de vermoedelijke aantallen Chinese soldaten. Echter, de bevelhebbers van de VN-troepen waren niet overtuigd van een grote Chinese inzet en dachten dat het voornamelijk ging om Chinese soldaten die de Noord-Koreaanse eenheden waren komen versterken. Luchtverkenningen lieten rond de Yalurivier geen tekenen zien van een grote Chinese inzet in Noord-Korea. De merkwaardige vrijwillige terugtrekking van de Chinese troepen op 6 november leken geen logische actie als China een sterke poging deed om aan de strijd deel te nemen. In feite trokken de Chinezen terug, omdat ze hun eerste doel bereikt hadden. Namelijk de VN-troepen te dwingen hun opmars te stoppen, zodat deze hun plannen gingen overdenken.

Sommige commandanten, zoals de generaals Walker, Almond en Paik Sun Yup (1e ROK divisie), geloofden niet dat de Chinezen ingrepen op volle sterkte en overtuiging. Generaal MacArthur geloofde zelfs dat het Chinese leger absoluut geen grootschalig offensief zou durven inzetten. Dit kwam met name door het grote vertrouwen wat men had in de VN-luchtstrijdkrachten en de Amerikaanse artillerie die de oprukkende Chinezen aan zouden moeten pakken als ze de Yalurivier over zouden steken. Dus generaal MacArthur besloot dat de VN-troepen verder moesten oprukken richting de Yalurivier, terwijl de Chinese eenheden ongezien en dus ongehinderd in Noord-Korea waren aangekomen. Het ging dus helemaal niet om een hoeveelheid Chinese vrijwilligers, maar om een compleet Chinees leger van 300.000 man. Dit zou een dure misvatting blijken voor de VN-troepen.

In Noordoost-Korea ging het 10e korps op 11 november verder met zijn opmars. Inmiddels was het versterkt met de 3e infanteriedivisie. In het westen had generaal Walker om uitstel gevraagd om pas op 24 november verder op te rukken. De bevoorrading van het 8e leger was niet op peil en dat wilde hij eerst regelen. Daarnaast wilde hij ook dat zijn 9e korps in positie kwam om de aanval beter te ondersteunen.

De Chinese troepen wachten op de aanval van het 8e leger. Toen de VN-troepen uit hun verdedigende stellingen, aan de Chongchonrivier, kwamen ze op 25 november onder zware aanvallen van de Chinese troepen te liggen. Het Chinese offensief had het ambitieuze doel om alle VN-troepen uit Noord-Korea te verdrijven. Sterke aanvallen waren gericht op het 9ekorps en het 2e ROK-korps. Deze laatste werd volledig uiteengeslagen. Op 27 november werd de linkerflank van het 10e korps bij het Changjinbekken verdreven en de volgende dag kwamen alle posities van de VN-troepen in Noord-Korea onder druk te staan en moest er worden teruggetrokken. Op 28 november liet generaal MacArthur weten aan Washington dat er sprake was van een geheel nieuwe oorlog. Gedurende de volgende dag gaf hij instructies aan generaal Walker om snel terug te trekken. Dit was nodig omdat omsingeling dreigde voor vele VN-eenheden, omdat de doorbraak van de Chinese troepen, door het front van het 2e ROK-Korps, steeds dieper werd. Het 10e korps week terug ten noorden van Wonsan.

Deze nieuwe oorlog liet ook een grote verandering zien in de luchtoperaties. Er vlogen nu ook Sovjet MIG 15 straaljagers rond. Deze werden gevlogen door Russische vrijwilligers. Zij konden beschikken over bases in Chinees Mantsjoerije en werden daar beschermd door Russische luchtafweereenheden. Deze MIG 15 straaljager was beter dan alles wat de VN in de lucht kon brengen, met als gevolg dat de luchtsuperioriteit, boven de slagvelden, niet uitsluitend meer bij de VN-luchtstrijdkrachten lag. Om met deze nieuwe dreiging om te gaan, ging de Amerikaanse luchtmacht, met grote haast, zijn beste straaljager de F-86 Sabre naar Korea sturen. Stalin vreesde dat als de Amerikanen bewijzen kregen van deelname van de Russische soldaten/piloten, zij hun aanvallen ook zouden richten op de Sovjet-Unie. Daarom werd Russisch militair personeel alleen toegestaan om uitsluitend op of boven grondgebied te blijven dat door Chinese of Noord-Koreaanse troepen werd beheerst. De Sovjet militairen trainden de Chinese en Noord-Koreaanse eenheden in het gebruik van de MIG 15 straaljager. Maar het viel niet mee om deze effectief in Noord-Korea in te zetten, omdat de VN-luchtstrijdkrachten de vliegvelden in Noord-Korea bleven bombarderen. Toch wisten de MIG 15 piloten de VN-luchtstrijdkrachten flink toe te takelen en het duurde wel even voordat de balans was hersteld met de komst van genoeg Amerikaanse F-86 straaljagers. De MIG 15 eenheden bleven dus voornamelijk vanuit China opereren, terwijl de Amerikaanse F-86’s niet voorbij de Yalurivier mochten komen. Dus de vliegbases van waaruit de MIG’s opereerden, mochten niet worden aangevallen. Ondanks overduidelijk bewijs dat de Sovjet-Unie steun leverde aan China en Noord-Korea, weigerde de Amerikaanse regering hier actief iets mee te doen, omdat ze geen escalatie wilde die mogelijk kon leiden tot een derde wereldoorlog. Dit werd zo ook beleefd door de Sovjetkant. Dus de Amerikanen deden geen aanvallen op logistieke bases in China en de Chinezen/Sovjets deden geen aanvallen op Japan, waar de VN-logistieke bases waren.