Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Ges / De Koreaanse oorlog / Het besluit voor oorlog

Het besluit voor oorlog

Zuid Korea

De Westerse landen waren verrast door het besluit van Noord-Korea om Zuid-Korea aan te vallen. Amerikaanse geheime rapporten hadden de militaire opbouw van Noord-Korea gedocumenteerd. De conclusie door de CIA was dat uiterlijk in juni 1950 de Noord-Koreaanse Democratische Volksrepubliek Zuid-Korea kon binnenvallen. Analyse van deze verslagen door de Amerikaanse burger en militaire inlichtingendiensten werd gekleurd door de grotere aandacht voor andere ontwikkelingen in de rest van de wereld. Daarnaast was er al vals alarm afgegeven voor een dreigende invasie door het Noord-Koreaanse leger. De inlichtingendiensten hadden het oordeel dat Noord-Korea een stevig gecontroleerde satellietstaat van de Sovjet-Unie was. Deze interpretatie heeft geoordeeld dat Noord-Korea de Republiek Korea (ROK) regering niet kon vernietigen zonder Sovjetbijstand en dat de Sovjets een dergelijke hulp niet zouden bieden uit angst dat het uit zou lopen op een algemene oorlog met de Verenigde Staten. In plaats daarvan oordeelde de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Noord-Korea haar inspanningen om te destabiliseren zou blijven voortzetten. Deze conclusie werd versterkt door de steeds oplaaiende ontevredenheid tegen de Syngman Rhee-regering in Zuid-Korea. Noord-Korea, ondanks de afhankelijkheid van de Sovjet militaire en economische hulp, gedroeg zich niet als een vazalstaat die volledig gecontroleerd werd door de Sovjet-Unie. Het initiatief voor de invasie kwam van Kim Il Sung die de wens had om het land te verenigen onder zijn heerschappij. Kim Il Sunghad meerdere malen bij Stalin, in 1949, om toestemming gevraagd om Zuid-Korea binnen te vallen. Eind januari 1950 gaf Stalin eindelijk zijn toestemming en verzond grote hoeveelheden militaire hulp en Sovjet-adviseurs naar Noord-Korea om de invasie voor te bereiden. Stalin wees Kim Il Sungs verzoek niet af, omdat de Verenigde Staten in juni 1949 hun laatste gevechtseenheid uit Zuid-Korea hadden teruggetrokken. Kim Il Sung beloofde dat het Noord-Koreaanse Volksleger Zuid-Korea kon veroveren, voordat de Verenigde Staten beslissend kon ingrijpen. Een andere overweging was dat de Verenigde Staten hadden aangegeven dat Korea niet nodig was voor “strategische doeleinden,” een eufemisme voor bases van waaruit de Verenigde Staten de Sovjet-Unie konden bestrijden. De kans op een directe confrontatie met de Verenigde Staten dus leek klein.

Kim Il Sung had in juni 1950 Stalin overtuigd van een snelle overwinning. Een troepenmacht van 135.000 soldaten, van wie ongeveer de helft veteranen waren van het Sovjetleger of van het Chinese Volks Bevrijdingsleger, zorgde ervoor dat het Noord-Koreaanse leger acht volle divisies had elk met een regiment artillerie. Twee divisies op halve kracht, twee afzonderlijke regimenten, een gepantserde brigade met 120 Sovjet T-34/85 medium tanks; en vijf grensmarechaussee brigades. Ter ondersteuning van het Noord-Koreaanse leger waren er 180 Sovjet-vliegtuigen, voornamelijk jagers en bommenwerpers en een paar marine-patrouillevaartuigen. Sovjetadviseurs bereidden een invasieplan voor dat voorzag in een snelle aanval met gecombineerde eenheden die tot 15-20 kilometer per dag konden veroveren, binnen drie dagen Seoel konden bezetten en de operatie konden voltooien in 22-27 dagen. Stalin stond echter niet toe dat Sovjetadviseurs het Noord-Koreaanse leger zouden begeleiden als eenmaal de grens was overgestoken met Zuid-Korea. Het Zuid-Koreaanse ROK-leger van 95.000 man was veel minder geschikt voor een oorlog. Opgeleid als een politiekorps tijdens de Amerikaanse bezetting en bijgestaan door het Amerikaanse leger adviesgroep voor de Republiek Korea (KMAG), had het ROK-leger sinds april 1948 zich gericht op de bestrijding van een bittere oorlog tegen guerrilla’s die steun van het Noord-Koreaanse leger ontvingen. In 1948 en 1949 had het ROK-leger wel gevochten tot maximaal regimentssterkte met Noord-Koreaanse grenseenheden. Beide partijen hielden zich bezig met invallen op het grondgebied van de ander. Deze operaties hadden een nadelig effect op de training voor conventionele militaire operaties. In juni 1950 waren drie van de acht ROK-divisies verspreid voor anti-guerrilla operaties of training voor bestrijding van kleine eenheden. Het ROK-leger was een lichte infanteriemacht: de artillerie had in totaal negenentachtig 105-mm houwitsers, welke overtroffen werden door de Noord-Koreaanse artillerie. Zij hadden noch tanks, noch antitank-wapens die effectief tegen de T-34/85’s konden optreden. De ROK-marine was gelijkwaardig aan zijn Noord-Koreaanse tegenhanger. Maar de ROK-luchtmacht had slechts een paar trainer- en verbindingsvliegtuigen. De Amerikaanse uitrusting was al versleten toen deze werd overgedragen aan de Zuid-Koreaanse strijdkrachten. Sindsdien was de situatie alleen nog maar verslechterd. De logistieke ondersteuning kon niet meer dan vijftien dagen gevechtsoperaties ondersteunen.

De belangrijkste Noord-Koreaanse aanval was op de westelijke kant van het schiereiland: het Noord-Koreaanse leger wist snel de Zuid-Koreaanse verdediging op de 38ste breedtegraad te verpletteren en veroverde Seoel op 28 juni. Een tweede aanval door het centrum van het schiereiland ondervond stevige weerstand in het ruige terrein. Het Noord-Koreaanse leger had meer succes aan de oostkust, die gelijke tred hield met de belangrijkste westelijke opmars. De ROK-eenheden in het Seoelgebied trokken in wanorde terug met achterlating van hun meeste wapens en voorraden. Voornamelijk omdat de bruggen over de rivier de Han, aan de zuidelijke rand van de stad, voortijdig werden vernield. Noord-Koreaanse eenheden in het westen stopten kort met hun aanval, na het veroveren van Seoel, om hun tanks en artillerie over de Hanrivier te brengen.

In Washington, met een tijdsverschil van veertien uur, maakten de Noord-Koreanen een sterke indruk toen ze de 38e breedtegraad overstaken. De eerste verslagen kwamen die nacht binnen. De volgende dag, tijdens een bijeenkomst van de Verenigde naties, vroegen de Verenigde Staten aan de VN-Veiligheidsraad om een resolutie aan te nemen die een onmiddellijke stopzetting van de vijandelijkheden eiste en een terugtrekking van de Noord-Koreaanse troepen aan de 38ste breedtegraad. De Sovjet-Unie heeft haar vetorecht niet kunnen uitoefenen tegen de resolutie, omdat de Sovjetafgevaardigde niet aanwezig was. Dat kwam door de Sovjetboycot van de Veiligheidsraad sinds januari 1950 uit protest tegen de beslissing van de Verenigde Naties om de Volksrepubliek China niet te erkennen als China’s legitieme regering.

In de nacht van de 25e, na ontmoetingen tussen ambtenaren van de staat en het ministerie van defensie en vervolgens tussen president Harry S. Truman en zijn belangrijkste adviseurs, gaf de president de generaal van het leger Douglas MacArthur, opperbevelhebber van het Verre Oosten Commando, opdracht om het ROK-leger te voorzien van munitie en uitrusting. Daarnaast werd de opdracht gegeven om Amerikaanse burgers en personeel te evacueren en te onderzoeken wat de beste manier was Zuid-Korea te helpen. Ook werd de Amerikaanse Zevende Vloot van zijn locatie in de Filipijnse en Ryukyu-wateren naar Japan gestuurd. Op de 26e, in een ruime interpretatie van een verzoek van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voor “elke assistentie” in de ondersteuning van de op 25 juni opgestelde resolutie, gaf President Truman toestemming aan generaal MacArthur om de lucht- en marinemacht van de Verenigde Staten te gebruiken tegen Noord-Koreaanse doelen onder de 38e breedtegraad. President Trumanstuurde ook het grootste deel van de Zevende Vloot naar Taiwan om een buffer te vormen tussen de Chinese communisten op het vasteland en de nationalisten op het eiland Taiwan. Men wilde daar een aanval ontmoedigen en daarmee voorkomen dat een uitbreiding van de vijandelijkheden kon plaatsvinden.

Toen het in Washington duidelijk werd dat op 27 juni Noord-Korea de VN-eisen zou negeren, werd de Veiligheidsraad, wederom, op aandringen van de Verenigde Staten, gevraagd aan de Westerse lidstaten om militaire bijstand te leveren om te helpen in Zuid-Korea om de invasie af te weren. President Truman zorgde meteen voor opdrachten die het bereik van de Amerikaanse activiteiten van lucht- en marine tot en met Noord-Korea uitstrekten. Daarnaast werden er Amerikaanse legertroepen naar Pusan gebracht. De belangrijkste haven van Zuid-Korea op het zuidoostelijke puntje van het schiereiland. Generaal MacArthur was ondertussen, na kennis te hebben genomen van het falende ROK-leger, om de Noord-Koreanen af te stoppen, naar Korea gevlogen en had het advies aan Washington gegeven dat er een Amerikaans regiment direct ingezet moest worden om het ROK-leger te ondersteunen in het gebied ten zuiden van Seoel. Hij stelde ook voor de opbouw van de Amerikaanse aanwezigheid in Korea in de vorm van twee divisies voor een tegenoffensief. President Truman gaf op 30 juni zijn goedkeuring aan het verzoek van MacArthur om een Amerikaans regiment in te zetten.
Dus de Verenigde Naties hadden voor het eerst sinds haar oprichting gereageerd om agressie tegen te gaan met een besluit tot het gebruik van gewapend geweld. De Verenigde Staten zouden het grootste deel van de verplichting in Korea gaan dragen. Een communistisch Korea zou een grote bedreiging zijn voor Japan en dus de Amerikaanse positie in Azië. Ook geloofden de Amerikaanse leiders dat de Sovjets het Noord Koreaanse leger hadden gestimuleerd om aan te vallen om de wil van het Westerse blok te testen. Zij vreesden dat als Zuid-Korea viel de Sovjet Unie zou worden aangemoedigd om andere landen op deze manier te bewerken met als doel de Amerikaanse betrokkenheid in twijfel te trekken om hen te verdedigen tegen de communistische agressie. De Amerikaanse soldaten trokken ten strijde, geconditioneerd door de Tweede Wereldoorlog, om op grote schaal de overwinning te gaan bereiken. Het zou leiden tot een frustratie over het Koreaanse conflict veroorzaakt door snel wisselende krijgskansen en een onbevredigende wapenstilstand op de 38e breedtegraad.