Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Eco / Sociale zekerheid en arbeidsmarkt / Arbeidsmarkt

Arbeidsmarkt

Zuid Korea

De spanningen, zoals beschreven in het onderdeel Sociale Zekerheid op het gebied van vergrijzing, rechten van vrouwen, bevolkingsgroei en sterke urbanisatie, hebben ook effect op de arbeidsmarkt. Onder arbeidsmarkt verstaan wij het geheel van en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Vragers op de arbeidsmarkt zijn: werkgevers (zelfstandigen), werknemers en vacatures. Aanbieders op de arbeidsmarkt zijn: werkgevers (zelfstandigen), werknemers en werklozen. De werkgelegenheid wordt bepaald door de optelling van werkgevers (zelfstandigen) en werkgevers in arbeidsjaren (fulltime banen). Als de afstemming tussen vragers en aanbieders niet perfect verloopt, kan werkloosheid ontstaan. Dit kan conjuncturele oorzaken hebben (afname van de vraag naar goederen en diensten op de binnenlandse en buitenlandse markt) of structurele oorzaken (kwaliteit en kwantiteit van de beroepsbevolking). Hoeveel arbeidsplaatsen zijn beschikbaar en welke vaardigheden en eigenschappen worden gevraagd van de beroepsbevolking. De tijd tussen banen noemen we frictiewerkloosheid. Met andere woorden: als ik ontslag neem of krijg, hoelang duurt het dan voordat ik een andere baan vind?

Door de enorme economische groei van de afgelopen 70 jaar hebben Koreaanse gezinnen een enorme stijging meegemaakt van het reëel (inflatiecorrectie) bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking. Dit kwam door de lage prijs van olie en het lage nationale rentepercentage en een sterke stijging van de arbeidsproductiviteit, waardoor de export in eerste instantie sterk steeg. Aangezien werknemers steeds meer gingen produceren, kregen zij ook steeds meer inkomen. Het inkomen steeg van $25 per hoofd van de bevolking in 1970 tot ruim $ 2.000,- per hoofd van de bevolking in 1990. Dit genereerde ook een enorme binnenlandse vraag naar consumptiegoederen. Deze goederen werden door technologische ontwikkelingen en innovaties verhoudingsgewijs steeds goedkoper, waardoor de koopkracht van gezinnen sterk steeg.

 

Het arbeidsethos van de Zuid-Koreanen is ongetwijfeld een van de sterkste in de wereld. Gemiddeld werken personen in de wereld 1777 uur per jaar (2006) volgens de statistieken van de OECD. In Korea werken mensen gemiddeld 2357 (2006) uur per jaar. Ter vergelijking: in Nederland wordt gemiddeld bij een fulltime baan 1659 uur per jaar gewerkt. Dit betekent dat de Koreanen wel een hoger inkomen per hoofd van de bevolking hebben gekregen, maar dat daar wel steeds meer uren voor gewerkt moeten worden. De welvaart stijgt, maar het welzijn wordt door de economische ontwikkeling uitgehold.

Er is sprake van een sterke scheve inkomensverdeling en verdeling van eigendom (grond, beleggingen, huizen, spaargelden). Een steeds kleiner percentage van de bevolking plukt de vruchten van de toegenomen welvaart. Een klein percentage van de bevolking bezit grond. De grond die gekocht wordt in de grote steden gaat voor zeer grote bedragen naar projectontwikkelaars. Deze bouwen in opdracht van de overheid gigantische torenflatgebouwen, waar mensen een appartement kunnen huren. De overheid probeert door de bouw van torenappartementen te voorzien in de extra vraag naar woonruimte. Ondanks de enorme stijging van de woonvoorzieningen zakken de prijzen voor huur- en koopprijzen niet. Zelfs na de economische crisis van 1997, toen de huizen ‘bubble’ knapte, stegen de prijzen als vanouds gewoon weer. Mensen blijven verhuizen naar de grote steden, omdat daar zich alles concentreert: culturele faciliteiten, werk- en uitgaansgelegenheden, de beste scholen en een goede infrastructuur.

De enorme productieniveaus van de afgelopen 70 jaar hebben bedrijven enorme winsten opgeleverd. Bedrijven hebben slechts een gedeelte van deze winsten geherinvesteerd. Aandeelhouders en andere belangenorganisaties hebben veel van deze winsten gekregen.

De Gini coëfficiënt (klik hier) laat deze ontwikkeling mooi zien. Hoe dichter de uitkomst van de Gini coëfficiënt bij nul ligt, hoe eerlijker het inkomen is verdeeld. De Lorenz curve maakt ook inzichtelijk hoe het inkomen is verdeeld over de verschillende bevolkingsgroepen

Jaar Gini coëfficiënt Opmerking
1994 0,272 Vanaf dit jaar steeg de uitkomst
2003 0,320
2004 4,1

Dit betekent dat naarmate de economie sterker groeide de inkomensverdeling steeds schever werd. Dit zien we trouwens terug in alle westerse landen! Denk maar aan het boek van Thomas Piketty “Kapitaal van 21e eeuw”.

Kortom: de arbeidsmarkt laat een aantal uitdagingen zien die vergelijkbaar zijn met onze arbeidsmarkt:

  • Sterke vergrijzing van beroepsbevolking.
  • Meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt is nodig voor een betere in-, door- en uitstroom van arbeidsplaatsen.
  • De arbeidsparticipatie van oudere generaties moet omhoog, later met pensioen.
  • Arbeidsparticipatie van vrouwen moet omhoog door verbeterde rechten.
  • Aantrekken van hoogopgeleide migranten.
  • Inkomen moet beter verdeeld worden tussen de bevolkingsgroepen.
  • Lifetime learning voor iedereen in Korea.