Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Eco / Het Koreaans Economisch Wonder van de Hangang Rivier / Wonder van de Hangang rivier

Wonder van de Hangang rivier

Zuid Korea

Na de Koreaanse oorlog (1950-1953) en daarvoor de Tweede Wereldoorlog was de economische ontwikkeling nagenoeg stil komen te staan. De kapitaalgoederenvoorraad (machines, fabrieken, gebouwen) was grotendeels verwoest door de oorlogen. Daarnaast had het land grote moeite om buitenlandse financiële middelen aan te trekken. Korea beschikt zelf ook over weinig natuurlijke grondstoffen en delfstoffen om producten te produceren. Het land is dus afhankelijk van de import van veel grondstoffen, halffabricaten en delfstoffen. Het land was op dat moment een netto ontvanger van de OESO. Zij waren afhankelijk van leningen verstrekt door de Wereldbank en het IMF.

De tweede president van Zuid-Korea, oud-generaal Park Chung-hee, lanceerde in de jaren zestig het eerste vijfjarenplan. In dit plan bepaalde de overheid welke exportgeoriënteerde thema’s verder werden ontwikkeld. De overheid bekostigde deze plannen met financiële middelen, verstrekt door hoofdzakelijk de Verenigde Staten. Ook maakten zij gebruik van financiële middelen, verstrekt door het IMF en de Wereldbank, zij het wel in mindere mate. In eerste instantie richtte Zuid-Korea zich op de productie van lichte industrie en ruwe materialen.

Zuid-Koreanen hebben na de Tweede Wereldoorlog over de hele wereld gewerkt als goedkope arbeidskrachten. Op deze manier kwamen de Zuid-Koreanen in contact met nieuwe productietechnieken en productiemogelijkheden. Opgedane kennis kon zo worden ingezet bij de economische ontwikkeling en innovatie van de Zuid-Koreaanse economie.

Park Chung-hee had de “New Community Movement”  opgericht, wat bijdroeg aan het kweken van meer zelfvertrouwen, meer inzet, meer enthousiasme en doorzettingsvermogen van de Zuid-Koreanen. Dit zorgde ervoor dat het aantal uren dat een Zuid-Koreaanse werknemer werkt, steeg tot 44 uur per week. Deze mentaliteit, door steun van Park Chung-hee, droeg ook bij aan het economische succes

In de jaren zeventig investeerde Zuid-Korea in zware chemische industrie. Het meest bekende voorbeeld is de staalindustrie. In deze tijd zie je ook het ontstaan van de huidige conglomeraten Deawoo, Hyundai en Samsung. Deze ‘Chaebol‘ bedrijven, grote familiebedrijven, hadden toegang tot financiële middelen, verstrekt door de overheid. De ‘Chaebol’ hadden grote politieke en economische banden met de Zuid-Koreaanse overheid. Zij konden goedkoop lenen van de overheid. De banksector was volledig in handen van de staat.

De Zuid-Koreaanse overheid kreeg in deze tijd nog meer financiële ondersteuning, verstrekt door de Verenigde Staten. Daarmee kreeg de Zuid- Koreaanse overheid ook toegang tot de internationale financiële sector. Zij gaven staatsobligaties uit met een hoge rentevergoeding en lange looptijden om buitenlands kapitaal aan te trekken. Dit bracht wel het risico met zich mee dat het land de betalingen niet meer zou kunnen betalen als de economische groei minder was dan verwacht. Maar dankzij het arbeidsethos en de toewijding van de Zuid-Koreaanse arbeiders werd er een grote economische ontwikkeling bereikt. De economie groeide in deze periode sterk. Zuid-Korea blonk uit in scheepsbouwindustrie, ijzer- en staal industrie.