Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Eco / Het Koreaans Economisch Wonder van de Hangang Rivier / Van sociale markteconomie naar gemengde economie en vrije markteconomie

Van sociale markteconomie naar gemengde economie en vrije markteconomie

Zuid Korea

In de jaren tachtig werd Chun Doo-hwam de president van Zuid-Korea. Onder zijn leiding begon de regering met het liberaliseren van de economie door het omlaag brengen van de importtarieven en de privatisering van het banksysteem. De banken waren tot de jaren tachtig in handen van de staat. Ondanks de Aziëcrisis in 1997 en 1998 ging de regering verder met het liberaliseren van de economie.

In 1988 werden de Olympische Spelen georganiseerd in Seoul. Voor Zuid-Korea was dit een uitgelezen kans om zich te presenteren aan de wereld als nieuwe opkomende economie. De jonge economie was er eentje om rekening mee te houden. Door middel van de Olympische Spelen kon Zuid-Korea aan de wereld laten zien wat zij in korte tijd had bereikt op het gebied van economische, technische en politieke ontwikkeling. De internationale pers bestempelde het land destijds als één van de Aziatische Tijgers, samen met Taiwan, Singapore en Hong Kong. In december 1996 werd Zuid-Korea  29ste lid van de OESO, wiens leden hoofdzakelijk bestaan uit ontwikkelde landen. Op dat moment werd Zuid-Korea ook netto betaler in plaats van netto ontvanger in een tijdsbestek van 27 jaar!

In 1960 bedroeg de totale Zuid-Koreaanse export $32,8 miljoen, tegen 2013 was de export gestegen naar $ 559,6 miljard. Daarmee groeide ook het inkomen per hoofd van de bevolking: bijvoorbeeld in 1948 was het inkomen per hoofd van de bevolking $60,-. In 2013 is het inkomen per hoofd van de bevolking gegroeid  tot $26.205,-.

Kim dae-jung kwam in 1998 aan de macht. Hij voerde nog een reeks hervormingen door die de economische structuur verbeterde. De verdere liberalisering van de markt en privatisering van staatbedrijven. De bedrijven binnen Zuid-Korea wilden groeien en hadden de behoefte om nog meer producten te exporten naar het buitenland. Inmiddels waren de bedrijven efficiënter georganiseerd en werd er door investeringen in onder andere human capital een veel grotere arbeidsproductiviteit gerealiseerd. Dit betekende dat de Zuid-Koreaanse bedrijven kwalitatief steeds betere producten gingen leveren tegen steeds lagere kosten. De concurrentiepositie van Zuid-Koreaanse bedrijven was aanzienlijk verbeterd.

Tot 1997 werd door Azië bijna de helft van de totale kapitaalinvoer van ontwikkelingslanden aangetrokken. De economieën van Zuidoost-Azië hadden hoge rentestanden, wat aantrekkelijk was voor buitenlandse investeerders op zoek naar hoog rendement. Het resultaat was dat de regionale economieën veel buitenlandse investeringen ontvingen en dat de prijzen stegen. Tegelijk hadden de economieën van Thailand, Maleisië, Indonesië, de Filipijnen, Singapore en Zuid-Korea in de jaren tachtig en vroege jaren negentig een hoge economische groei van tussen de 8 en 12% van het BNP. Terwijl de crisis zich verspreidde, zag het je overal in Azië: inzakkende valuta’s en dalingen in de aandelenmarkt en de waarde van beleggingen en een groei in private schuld.

Zuid-Korea moest zich wenden tot het IMF voor een noodlening. Normaal gesproken bepaalt het IMF onder welke voorwaarden de lening wordt verstrekt en hoe aflossing en rentebetalingen worden afgesproken volgens de ‘Washington Consensus’. Meestal moet het land dat de noodlening krijgt, akkoord gaan met vergaande bezuinigen en herstructurering van de economie. Zuid-Korea heeft geheel haar eigen plan getrokken en andere contractuele voorwaarden met het IMF afgesproken.

Zuid-Korea nam het gedurfde besluit om alle inefficiënte bedrijven van de markt te halen. Net zoals dat zou gebeuren in een vrije markt. Verder investeerden de Zuid-Koreaanse bedrijven in de herstructurering van de industrie om deze klaar te stomen voor de 20te eeuw. In krap twee jaar tijd pakte Zuid-Korea het groeitempo van voor de crisis weer op en daalden de prijzen van producten tot een normaal niveau. Door verbeterde efficiëntie en stijging van de arbeidsproductiviteit verbeterde de internationale concurrentiepositie sterk. Gedurende deze twee jaar hebben 3,5 miljoen mensen meegedaan met de overheidscampagne om goud in te zamelen, zodat de Zuid-Koreaanse overheid haar schuld aan het IMF kon terugbetalen. In totaal is 227 ton goud verzameld. De wereld stond versteld over de bereidheid en toewijding van de Zuid-Koreaanse bevolking om goud te verkopen aan de regering. De regering kon met behulp van dit goud  de nationale schuld af betalen, zonder dat zij daarvoor buitenlandse valuta reserves (bijvooorbeeld Dollars) nodig had.

In deze periode nam Zuid-Korea het wereldwijde internationale financiële systeem over. Dat wil zeggen: een vrije markt zonder import- en exportheffingen ondersteund met een eigen munt. De Zuid-Koreaanse Won werd losgekoppeld van de Amerikaanse dollar. In een systeem van zwevende wisselkoers. Vanaf dat moment is er eigenlijk sprake van vrij verkeer van kapitaal en goederen. Het herstructureringsproces van de overheid had ook een groot nadeel. De overheidsbestedingen stegen sterk, doordat de overheid veel investeerde in de economie. Dit zorgde ervoor dat het overheidstekort snel opliep.

Na de crisis te hebben overwonnen, gingen de Koreanen verder waar ze waren gebleven. De sterke economische groei zette door. In 2001 was het bruto binnenlandsproduct $ 504,6 miljard. de groei zette door in 2007 tot $1.049,3 miljard. Dit is een verdubbeling van het bruto binnenlands product (Gross domestic product, BBP), wat resulteerde in een hoog groeitempo van 4% tot 5% per jaar, alleen niet gedurende de wereldwijde economische crisis als gevolg van de financiële crisis van 2008 tot en met 2010. De meeste landen kenden in deze periode economische krimp, terwijl Zuid-Korea groeicijfers liet zien van 6,3% per jaar.
In 2010 steeg Zuid-Korea naar de zevende plaats op de ranglijst voor exporterende en importerende landen. Vanaf 2011 tot 2013  was het volume geïmporteerde en geëxporteerde goederen gestegen tot €1.000 miljard per jaar. De buitenlandse valutareserves op de goud- en deviezenbalans steeg tot $346,5 miljard, zodat het land genoeg reserves heeft om een eventuele buitenlandse valutacrisis, zoals in de Aziëcrisis op te vangen. Door het overschot op de goud- en deviezenbalans en een lage staatsschuldquote van 27,7 (2013) hebben ratingbureaus de kredietwaardigheid van Zuid-Korea verhoogd. Dit geeft beleggers informatie dat de beleggingen in staatsobligaties veel zekerheid geven op het terugontvangen van uitgeleend geld.