Ons Korea

Onderwijsprogramma Alles Tonen / Aard / De cultuur / Christendom

Christendom

Zuid Korea

Alhoewel het boeddhisme nog altijd veel aanhangers heeft in Zuid-Korea, komt het christendom ook steeds meer op. Het christendom in Zuid-Korea bestaat uit twee takken, namelijk de protestanten en de rooms-katholieken. Korea heeft veel sociale transformaties doorgemaakt door de jaren heen, waardoor het christendom naast het boeddhisme steeds groter is geworden. Er zijn 8,6 miljoen protestanten en 5,3 miljoen katholieken in Zuid-Korea. Op dit moment is het christendom dan ook het geloof met de meeste aanhangers in Zuid-Korea.

Het rooms-katholieke geloof werd geïntroduceerd in Korea door China tijdens de Joseon dynastie (1392 – 1897). Dit werd grotendeels veroorzaakt door katholieke missionarissen in de 18e eeuw die vanuit China naar Korea kwamen. De eerste Koreaan die het christendom naar Korea bracht, was Yi Gwang-jeong. Hij kwam uit China en nam christelijke boeken mee die geschreven waren door Matteo Ricci, een jezuïtische missionaris in China. Gwang-jeong verkondigde het christendom en maakte er steeds meer Koreanen mee bekend. Er was veel kritiek door geleerden op de werken van Ricci. In 1758 werd het rooms-katholieke geloof dan ook verbannen door de koning. Door deze verbanning was het voor christenen in Korea erg moeilijk om hun geloof uit te oefenen. Deze rooms-katholieken werden veel vervolgd en tijdens de katholieke vervolging in 1801 werden veel katholieken ook gemarteld. De reden waarom deze gelovigen vervolgd werden, was omdat het christendom in de Joseondynastie gezien werd als gevaar voor de staat, waardoor er uiteindelijk veel katholieken werden vermoord.

Toch waren er ook geleerden die wel geloofden in het christendom en de werken van Ricci, waardoor tijdens de Joseon dynasty Silhakscholen ontstonden. Silhak was een beweging die voor sociale hervorming was en die tegen het Koreaanse confucianisme inging. Het was een tijd van industrialisatie, wat volgens veel geleerden en aanhangers van de Silhak niet meer overeenkwam met het immaterialisme van het confucianisme. Daarbij was Silhak een voorstander van een maatschappij waarin mensen gelijkwaardig waren en niet veroordeeld werden op basis van afkomst en klasse, maar op de kwaliteiten van een mens. Deze ideologieën kwamen meer overeen met de rooms-katholieke overtuigingen. Het christendom bleef groeien. Dit kwam ook doordat Korea zich ging openstellen voor de westerse wereld, met name de handel. Doordat Korea zich op deze manier niet meer zo afzonderde van de westerse maatschappij was er ruimte voor westerse invloed, waaronder het christendom. Naast de rooms-katholieken groeide het aantal protestanten ook. De Amerikaan Horace Newton Allen was de eerste protestantse missionaris in Korea.img_1710

Doordat er eind 1800 veel protestantse scholen werden opgezet, werd het christelijke geloof ook steeds toegankelijker voor de gewone burgers. Hierdoor werd de hoeveelheid aanhangers van het protestantisme groter dan het katholicisme. Ook hierbij was de reden dat gelijkheid veel mensen aantrok om zich aan te sluiten bij een christelijke tak. In de eerste helft van de 20e eeuw werd het christendom landelijk steeds meer geaccepteerd, omdat het christendom zich identificeerde met het Koreaanse nationalisme in de tijd van de Japanse bezetting van 1910 tot 1945. De Japanners zorgden ervoor dat de Koreaanse cultuur onderdrukt werd, waardoor het nationalisme groeide. Dit leidde er uiteindelijk toe dat het christendom groeide onder veel Koreaanse nationalisten.

Koreaanse christenen geloven dat hun waarden ook een positief effect hebben gehad op de sociale omstandigheden in het land. Het christendom werd steeds populairder, omdat het een voorstander is van gelijke rechten. In een tijd en land waar vrouwen geen rechten hadden, kinderen onderdanig aan hun ouders waren en je als individu pas bepaalde rechten had zodra je een bepaalde status in de maatschappij had, bloeide het christendom. De christelijke overtuiging dat God iedereen gelijk heeft geschapen, trok de Koreanen dan ook zeer aan. De kerk veranderde veel op sociaal gebied, bijvoorbeeld dat weduwnaars opnieuw mochten trouwen en dat ouders stopten met het uithuwelijken van jonge kinderen. Na de Tweede Wereldoorlog zette de kerk zich ook in voor mensen die onderdrukt werden.

Presbyterianisme is een tak van het protestantisme die het grootst is in Zuid-Korea. Deze vorm van het christendom ziet de Bijbel en God als belangrijkste uitgangspunten van het geloof. Protestantisme wordt gezien als een religie voor de middenklasse, de jeugd, de intellectuelen en de stedelijke bevolking. Daarnaast wordt deze religie ook gezien als een religie die streeft naar moderniteit en gelijkheid.